“We zouden TeamNL en de Olympisch sporten met een eigen kanaal veel krachtiger in de markt kunnen zetten dan nu gebeurt.”

Met zes lineaire kanalen, meer dan 10 streamingkanalen en een bomvolle rechtenportefeuille is Ziggo Sport onomstreden de grootste sportzender van Nederland. Een sportzender wil geld verdienen, maar als Nederlandse organisatie ziet Ziggo Sport het ook als haar verantwoordelijkheid om de Nederlandse sport en Nederlandse evenementen groter te maken, aldus Ziggo Sport directeur Marcel Beerthuizen.

Door Frans Oosterwijk voor Sport & Strategie

Een ongekende potpourri van goals en hoogtepunten. 29 januari was op Ziggo Sport de Super Switch te zien, een avond met ontknopingen in de eerste ronde van de Champions League. Alle 36 ploegen speelden die avond gelijktijdig hun wedstrijden waarin werd uitgemaakt wie doorging naar de volgende ronde en wie was uitgeschakeld. Een dag later volgde een tweede Super Switch met dezelfde finale ontwikkelingen in de Europa League. Op de eerste avond vielen er 64 doelpunten in 18 wedstrijden, op de tweede 52 doelpunten in opnieuw 18 wedstrijden. Spanning en sensatie gegarandeerd: elke plaspauze, elk moment van onoplettendheid kon de kijker doelpunten kosten.

Ook voor de ruim honderd betrokken technici, regisseurs, cameramensen, redacteuren, presentatoren, commentatoren en analisten die de hoogtepunten voor het kijkerspubliek uitserveerden, was de Super Switch een tour de force. Vooral omdat het voortdurend schakelen een vlekkeloze, onderlinge samenwerking vergt. En dan moesten ook nog de kijkers die liever één wedstrijd in zijn geheel consumeerden, worden bediend. Op vijf andere Ziggo-kanalen deden commentatoren verslag van de wedstrijden van Nederlandse clubs en van topclubs als Barcelona en Juventus.

“Qua organisatie is het net een militaire operatie,” zegt Ziggo Sport directeur Marcel Beerthuizen. “Bij wedstrijden om de UEFA Conference League en de UEFA Nations League waren er ook al Switch-avonden en onze mensen zijn prima op elkaar ingespeeld. Maar er hoeft maar één radertje het te laten afweten of de machinerie raakt ontregeld.”

Noviteit

Soms zet je een stap achteruit om er twee vooruit te kunnen maken. Vlak voordat Beerthuizen in september 2021 directeur werd Ziggo Sport, raakte de sportzender de uitzendrechten van de Formule 1 en de Premier League kwijt aan Viaplay. Ruim een jaar later, november 2022, verraste Ziggo Sport met het binnenhalen, vanaf seizoen 2024-’25, van alle UEFA-competities (Champions League, Europa League en Conference League). Al het UEFA-voetbal bij één zender, een noviteit, die doet denken aan de tijd dat de NOS nog het monopolie had op Europees voetbal.

In allerijl werd op het Mediapark in Hilversum een compleet nieuwe state-of-the-art studio opgetuigd die vlak voor de start van het Europese voetbalseizoen in augustus 2024 werd geopend en die, behalve voor de voetbaluitzendingen, ook wordt gebruikt voor alle sportpraatprogramma’s van het betaalkanaal.

Ook het personeelsbestand werd flink uitgebreid. Naast het vaste Ziggo Sport-voetbalgezicht, Wytse van der Goot, werd de ervaren Hélène Hendriks, ook bekend van SBS6-praatprogramma’s, presentator in de studio en langs het veld, samen met de betrekkelijke groentjes Noa Vahle en Sam van Royen. Onder meer Wesley Sneijder, Alex Pastoor, Theo Janssen, Royston Drenthe en Boudewijn Zenden werden aangetrokken als analist naast de al bestaande pool met o.a. Marco van Basten, Ruud Gullit, Danny Blind, Rafael van der Vaart en Youri Mulder.

Veranderend kijkgedrag

In de vorige rechtencyclus waren de rechten verdeeld over verschillende partijen. RTL en Ziggo Sport hadden de rechten op de Champions League, Talpa en ESPN op de Europa League en Conference League. Met ingang van dit seizoen berusten alle rechten dus exclusief bij één partij, Ziggo Sport. In de Evenementenlijst in de Mediawet is bepaald dat de wedstrijden van de Nederlandse clubs en de drie finales op een ‘open net’ moeten worden uitgezonden. Door het sterk veranderende kijkgedrag heeft het Commissariaat voor de Media de definitie daarvan aangepast. Ten minste 75% van de huishoudens in Nederland hoeft niet alleen via lineaire kanalen te worden bereikt, dat mag ook via digitale kanalen en streaming. Daarvoor ontwikkelde Ziggo de Ziggo GO app, die ook door niet-klanten van Ziggo kan worden gebruikt. Beerthuizen: “Via de Ziggo Sport Free-kanalen kun je nu de wedstrijden gratis zien, waar je maar wilt. Het sluit perfect aan op de wijze waarop veel mensen tegenwoordig sport kijken.”

Afgaande op de kijkcijfers van meetinstituut NMO lijkt de overgang van het Europees voetbal naar Ziggo Sport te hebben geleid tot minder kijkers. Beerthuizen nuanceert dat beeld: “NMO mist in haar tellingen een groot aantal mensen die via Ziggo GO en Ziggo Sport Free kijken. Die manier van kijken is sterk toegenomen, pas vanaf aanstaande zomer zijn de NMO-systemen ingericht om ook die kijkers mee te tellen. We hebben nu al regelmatig pieken van meer dan een miljoen kijkers, met als hoogtepunt de wedstrijd Feyenoord-Bayern München die door 1.3 miljoen mensen is gezien. Nu steeds meer mensen hebben ontdekt waar en hoe je kunt kijken, verwacht ik een verdere toename van de cijfers.”

Minder commercials

Wie tv kijkt via Ziggo kan de duels van de Nederlandse clubs, alsmede de drie finales en een selectie van de overige wedstrijden, gratis volgen via kanaal 14 van zijn tv of via de gratis Ziggo GO app. Daarnaast hebben Ziggo-klanten als benefit de keuze tussen gratis doorgifte van de sportkanalen van Ziggo Sport of de kanalen van ESPN waarop wekelijks de live-wedstrijden van de Eredivisie en de Keuken Kampioen Divisie zijn te zien. Kijkers bij collega-providers als KPN en Odido betalen voor de zes kanalen van Ziggo Sport Totaal 17,99 euro per maand.

Voetbal kijken bij Ziggo Sport heeft daarnaast als voordeel dat de kijker minder commercials krijgen voorgeschoteld dan bij RTL, Talpa of de NOS. “Het EK voetbal afgelopen zomer zat zo vol reclame dat de analisten tijdens de rust soms nauwelijks aan het woord kwamen. Als betaalkanaal hebben we een ander businessmodel en vermarkten we onze investeringen op een andere manier. Daardoor kunnen we meer ruimte en aandacht aan de sport zelf geven. En omdat wij meer capaciteit hebben dan de open zenders, kunnen we de fans ook beter bedienen. Als Nederlandse clubs gelijktijdig spelen, zetten we voor elke wedstrijd, met inbegrip van de voor- en nabeschouwingen, een apart kanaal open. Dat gebeurde niet bij de vorige rechtenhouders, toen werd het voetbal op één zender geprogrammeerd.”

Samenvattingen Eredivisievoetbal

Ziggo Sport ontstond bij de fusie van de kabelbedrijven UPC en Ziggo in 2015. Beerthuizen: “Toen is bedacht: we willen onze Ziggo-klanten iets bijzonders bieden, namelijk een sportkanaal. En dat werd Ziggo Sport.”

Met het Europees voetbal als paradepaardje afficheert de nieuweling van weleer zich nu als dé sportzender van Nederland. In kwantitatief opzicht is dat zeker terecht. Met zes kanalen, een nog groter aanbod aan digitale kanalen en een rijk gevulde rechtenportefeuille (zie kader) is Ziggo Sport onomstreden de grootste en veelzijdigste sportzender van Nederland. Weinig voetballiefhebbers zullen bovendien ontkennen dat Rondo, onder leiding van Wytse van der Goot en met Ruud Gullit, Marco van Basten en Youri Mulder als vaste bemanning, níet het beste voetbalpraatprogramma van Nederland is.

“We brengen het beste van wat de wereld aan livetopsport heeft te bieden”, zegt Beerthuizen zelfbewust. “En dat doen we met de beste mensen die er zijn. Met presentatoren, commentatoren en analisten die met verstand van zaken naar een sport kunnen kijken en daar toegankelijk, informatief en aanstekelijk over kunnen vertellen.”

Het aantal abonnementen op Ziggo Sport Totaal is na het binnenhalen van de rechten op het Europees voetbal “flink” gegroeid, aldus Beerthuizen die verder geen precieze cijfers wil geven. Om verder te groeien blijft de zender openstaan voor nieuwe, interessante rechten. Tot die categorie horen zeker ook de samenvattingen op het Eredivisievoetbal. Eind januari werd bekend dat deze samenvattingen, die sinds jaar en dag op zaterdag- en zondagavond door de NOS worden uitgezonden, ook de komende twee jaar bij de publieke omroep te zien zullen zijn.

Of Ziggo Sport heeft meegeboden op de uitzendrechten van de voetbalsamenvattingen, wil Beerthuizen niet zeggen. Wel dat de 15 à 20 miljoen euro die de NOS naar verluidt betaalde, de commerciële marktwaarde flink te boven gaat. “De STER heeft aangegeven dat deze bedragen niet kunnen worden terugverdiend. En RTL en Talpa hadden niet voor niets al op voorhand laten weten niet te mee te zullen bieden. NOS gebruikt publiek geld om op commerciële sportrechten te bieden, wat al langer leidt tot discussies, zeker nu er zwaar bezuinigd moet worden. Los daarvan is inmiddels duidelijk dat ook andere zenders dan de NOS op professionele wijze sport kunnen produceren. Vorig jaar december nam de Tweede Kamer de motie Van der Velde aan, die het structurele overbieden van de NPO op sportrechten – tot soms wel 300% zoals in de motie staat – moet tegengaan. Ik ben wel benieuwd hoe men dat wil handhaven.”

Eind januari werd ook bekend dat KPN (als telecomprovider de grote concurrent van Ziggo; Nederland telt 8,5 miljoen tv-huishoudens, Ziggo en KPN hebben ieder ongeveer 3,5 miljoen aansluitingen) met ingang van seizoen 2025/2026 de exclusieve uitzendrechten heeft gekocht voor de online samenvattingen. Of Ziggo Sport voor deze rechten in de markt was, wil Beerthuizen ook niet zeggen.

Onvoorspelbaarheid

De rivaliteit tussen Ziggo en KPN geeft aan dat livesport allang niet meer instrument en wapen is in de wedijver tussen tv-stations, maar ook in de minstens zo moordende concurrentieslag tussen telecommunicatiebedrijven en de streamingsdiensten van giganten als Netflix, Amazon en Apple, die tegenwoordig ook volop sport kopen en uitzenden.

“Live sport is the best unscripted drama there is, zoals de Amerikanen zeggen”, aldus Beerthuizen. “De onvoorspelbaarheid en grote betrokkenheid bij sport zorgt ervoor dat je het live wilt zien. Alle andere content kun je uitgesteld kijken. Daarom zijn ook zoveel partijen geïnteresseerd. Die interesse is verder verhevigd nu de technologie de kijker in staat stelt om waar je ook bent -thuis, café, in de trein etc.- en om het even via welk medium -tablet, mobiele telefoon, televisie- een wedstrijd te volgen. Er wordt vaak gezegd: de jeugd kijkt niet meer. Dat is niet waar. We doen veel onderzoek naar kijkgedrag en zien dat steeds meer jeugd naar Ziggo Sport kijkt. Ze kijken anders, maar weten alles. Er zijn zoveel manieren waarop ze input krijgen, lineair, digitaal, via streaming en de social mediakanalen. Ze kennen de stand, weten wie er speelt. Wij hebben 2,8 miljoen volgers op onze socials en dat aantal blijft groeien. En als het er in hun ogen echt toe doet, kijkt de jeugd ook via het grote scherm.”

TeamNL

Sporten die zich afvragen hoe ze nieuwe doelgroepen kunnen aanboren, zouden daar een les uit kunnen trekken, meent Beerthuizen. “Veel Nederlandse sportbonden denken: als mijn sport af en toe te zien is via de NOS, ben ik er wel. Dat is kortzichtig. Ze zouden moeten denken: hoe kunnen we ons in dit veranderende medialandschap manifesteren en ontwikkelen? Hoe kan ik ervoor zorgen dat ik meer fans en volgers krijg? Hoe kan ik mijn competitie meer aandacht geven, hoe kan ik mijn atleten beroemder maken?”

Die vraag zou NOC*NSF zich ook moeten stellen ten aanzien van TeamNL. “Als Oranje naar het EK in Duitsland gaat, schudt iedere Nederlander zo de namen van vijf spelers uit zijn mouw. Een paar maanden later gaan 280 atleten naar de Olympische Spelen in Parijs. Vraag naar de naam van vijf atleten en met Femke Bol en Sifan Hassan houdt het vaak al op. NOC*NSF en de bonden zouden ervoor moeten zorgen dat de belangstelling voor hun sporten al veel eerder aanwezig is dan wanneer hun helden bij de Spelen winnend over de finish komen. Dat verdienen die sporten en hun atleten, maar ook de sportliefhebbers, want bekendheid zorgt voor meer betrokkenheid.  Daar is communicatiekracht voor nodig. Van de NOS als publieke omroep mag je verwachten dat ze de breedte van de nationale topsport op een goede manier in beeld brengt. Maar de NOS moet bezuinigen en heeft daarvoor, gegeven het feit dat het EK en WK voetbal, de Olympische Spelen, de Tour de France en de voetbalsamenvattingen ook bij de NOS zitten en handenvol geld kosten, waarschijnlijk geen budget.”

Een van de eerste dingen die hij deed toen hij in 2021 bij Ziggo Sport begon was contact zoeken met NOC*NSF om te zien of en hoe er kon worden samengewerkt. “We zouden TeamNL en de Olympisch sporten met een apart kanaal, veel krachtiger in de markt kunnen zetten dan nu gebeurt.” Die uitgestoken hand is niet aangenomen. “We hebben een, twee gesprekken gevoerd, toen werd het stil. Maar de deur staat hier nog steeds open. Wel werken we inmiddels intensief samen met een aantal Nederlandse bonden, clubs en topsporters, met als doel elkaar te versterken.”

Hij wijst op het promotioneel effect dat uitgaat van rechtstreekse uitzending bij Ziggo Sport. “Veel Nederlandse evenementen, zoals het ABN AMRO Open, het KLM Open, het Libéma Open, Premier Padel Rotterdam en de TT van Assen worden bij ons uitgezonden. Ruim van tevoren geven we op onze socials aandacht aan deze evenementen en helpen we de organistoren tickets te verkopen. We zijn een Nederlandse sportzender en zien het als onze verantwoordelijkheid om Nederlandse evenementen en de Nederlandse sport in het algemeen groter en aantrekkelijker te maken. We zenden al de nodige competities en toernooien uit waar teams en atleten van TeamNL aan meedoen; wat ons betreft gebeurt dat in de toekomst nog nadrukkelijker.”

Dit artikel is gepubliceerd in Sport & Strategie, 11 maart 2025.

Dat wil ik ook!

Net als iedere marketeer zijn sportmarketeers elke dag bezig het bereik, de betrokkenheid en de verkoop van hun product te vergroten. Er lijkt een nieuwe ‘silver bullet’ te zijn: sportdocumentaires.

Het komt allemaal door Drive to Survive, de Netflix serie over Formule 1. De serie wordt enorm goed bekeken. Het echte succes is de aanwas van nieuwe markten (met name de VS) en van jonge fans die door de serie F1 intensief zijn gaan volgen. Geweldig voor rechtenhouder Formula One Management, de coureurs, de teams, de sponsors en de fans, die het gevoel hebben dat ze een echte inkijk achter de schermen krijgen. Günther Steiner, de sympathieke directeur van Haas F1 Team, is door de serie uitgegroeid tot een ware cultheld. Max Verstappen werkte eerder niet mee, dit jaar wel (de opnames voor seizoen 5 lopen) omdat zijn management inziet dat DtS een aanjager is voor een grotere populariteit, meer volgers en meer verkoop, van eigen merchandise bijvoorbeeld. Belangrijke eis van Verstappen: hij krijgt inspraak in de manier waarop hij wordt geportretteerd.

De sportwereld aanschouwt het succes en zegt: ‘Dat wil ik ook!’. Wimbledon en de Tour de France werken aan een serie en steeds meer rechtenhouders, clubs, teams, atleten laten content-makers toe tot hun domein dat voorheen hermetisch gesloten was.

Het kopiëren van een succesformule is allerminst eenvoudig. Het maken van een documentaire is arbeidsintensief en dus al snel duur. Je hebt characters nodig, er moet steeds iets spannends gebeuren dat zorgt voor cliffhangers. Minstens zo belangrijk: je moet makers hebben die de verhalen op de juiste manier kunnen vertellen.

Er is echter geen keus. Iedere zichzelf respecterende sportorganisatie moet hierin investeren. Neem mensen in dienst die content maken, voor de korte (online/social) en voor de lange termijn. Zelfs als je niet weet waar je moet beginnen, moet je er toch aan beginnen. Wees de fly on the wall die alles ziet en laat de mooie verhalen voor je ogen ontvouwen.

Twee geweldige sport documentaires, When We Were Kings (over Ali vs. Foreman) en The Last Dance (over seizoen 1997 – 1998 van de Chicago Bulls) zijn pas 23 jaar na het filmen uitgebracht. Het materiaal lag jarenlang op de plank voordat het werd getransformeerd tot wereldwijde hits. Vanzelfsprekend hoop je op korte termijn succes, maar content van nu kan over 23 jaar een goudmijn blijken te zijn. Dus: camera klaar… actie!

Uit: When We Where Kings

Deze column is verschenen in Sponsorreport, oktober 2022.

Over NFT’s

Het verzamelen van plaatjes en bijzondere items heeft in de sportwereld een nieuwe dimensie gekregen door de opkomst van NFT’s. NFT staat voor Non-Fungible Token, dat is een crypto grafische vastlegging van uniek items of momenten waarbij gebruik wordt gemaakt van blockchain technologie.

NFT’s verschijnen in allerlei vormen. CryptoKitties waren een van de eerste NFT’s, uitgebracht door het het Canadese bedrijf Dapper Labs. Inmiddels zijn er kunstwerken, Tweets, muziekwerken en videogame characters als NFT uitgebracht en verkocht.

Ook de sportwereld heeft de commerciele mogelijkheden van NFT’s ontdekt. Het meest aansprekende voorbeeld op dit moment zijn de NBA Top Shots. Het gaat hierbij om bijzondere momenten uit het basketbal die door liefhebbers, investeerders en speculanten kunnen worden gekocht op het door Dapper Labs ontwikkelde platform. Er zijn unieke NFT’s, zoals de Genesis Ultimate Tier van een dunk van LeBron James die inmiddels al meer dan $ 200.000 heeft opgebracht.

Je kunt ook NBA Top Shots van een dollar kopen waarvan er tienduizend ‘unieke’ exemplaren zijn. De sales van deze nieuwe vorm van sportplaatjes komt overeen met de wijze waarop dat in games als Fortnite en FIFA wordt gedaan: met Packs, Drops en speciale limited editions. Fans worden opgeroepen hun fan-ship duidelijk te maken met hun eigen unieke collectie. De NBA verleent haar officiële licentie aan de momenten, een deel van de opbrengst gaat naar de speler en zijn club. Het is een vorm van marketing waar de Amerikaanse sport in excelleert. NBA Top Shots is in oktober 2020 gelanceerd en inmiddels is via dit platform meer dan $ 400 miljoen omgezet.

De interesse is ook beïnvloed door Covid-19. De aandacht voor digitale marktplaatsen is enorm toegenomen, er is kapitaal, er zijn fans en er is de kans dat jouw verzameling meer waard kan worden, zeker als een eerstejaars ‘Rookie’ later uitgroeit tot een wereldspeler. Overigens is er ook een hausse in de traditionele papieren sportplaatjes. Unieke exemplaren verwisselen voor miljoenen dollars van eigenaar.

NFT’s zijn een nieuwe manier om specifieke items in geld om te zetten, vandaar dat de sportwereld hierop duikt. Ook in Nederland verschijnen de eerste initiatieven, o.a. van het platform Momentible.

Is dit een tijdelijke opleving, een ‘bubble’ die op zeker moment gaat ontploffen? De blockchain zorgt in ieder geval voor de uniciteit van het specifieke token. Hoelang de gebruikte technologie (dat is bij Top Shots de blockchain van de Ethereum munt) blijft bestaan, weet niemand. Het verzamelen van sportmemorabilia is al meer dan honderd jaar oud en bijzondere exemplaren behouden altijd hun waarde. Place your betts…

De podcast van de uitzending van BNR Zakendoen over NFT’s vind je hier.

Over veranderend kijkgedrag

Dat steeds minder mensen naar lineaire televisie kijken is algemeen bekend. Nieuws (journaals) en live sport en entertainment weten nog altijd veel (lineaire) kijkers te trekken, maar er zijn ook grote veranderingen zichtbaar in het kijkgedrag van sportliefhebbers. Het iconische bord op schoot is aan het verdwijnen en is een snack uit de hand aan het worden.

Amerikaans onderzoek laat zien dat steeds meer sportfans de voorkeur geven aan samenvattingen (highlights) dan het live kijken naar een wedstrijd. Dit geldt met name voor de leeftijdsgroepen 18 – 24 jaar (GenZ) en 25 – 40 jaar (Millennials). Meer dan de helft van de jonge sportfans van de NBA (basketball) en de MLB (honkbal) de voorkeur aan highlights boven live uitzendingen. Bij de fans van de NFL (American football) gaat het om 48% (GenZ) en 20% (Millennials).

Als belangrijke reden om minder live te kijken, wordt aangegeven dat de spanning van een wedstrijd pas aan het einde zit (en het dus te lang saai is). Dat geldt zeker voor NBA basketball waar de teams ongelofelijk veel wedstrijden spelen en in het reguliere seizoen de inspanningen pas in het laatste kwart worden geleverd. Ook wordt de lange duur van de play-offs als reden genoemd, in de VS gaat het in verschillende sporten om lange reeksen van best-of-seven wedstrijden.

Het betekent overigens niet dat de jongere doelgroepen minder enthousiast zijn over sport; men beleeft sport op een andere manier: via highlights dus, maar ook via apps, social media, video games, podcasts en kansspelen.

Ook in Nederland zien we al enige jaren een sterke afname van het kijken naar sport via lineaire tv. Een recent onderzoek van Wayne Parker Kent en MediaTest laat zien dat er ook hier steeds vaker On Demand wordt gekeken.

De corona pandemie heeft ook hier zijn invloed. Op mondiaal niveau zijn de kijkcijfers voor sport over het algemeen afgenomen. Dat komt onder meer door de afwezigheid van toeschouwers, wat voor een andere, minder intense sfeer zorgt. Daarnaast is er een enorme concurrentie van entertainment-aanbieders die zich richten op iedereen die gedwongen thuis zit en op zoek is naar vermaak. Het aanbod is enorm. Naast video is ook audio aan het groeien met een duizelingwekkende toename van podcasts en de opkomst van innovaties als ClubHouse.

Live sport kijken is aan het afnemen maar zal vanzelfsprekend niet verdwijnen. Uitzonderlijke sportprestaties zorgen er nog steeds voor dat mensen in grote getale naar live sport kijken. Ziggo Sport noteerde vorige maand de beste kijkcijfers ooit (2,5 miljoen kijkers) met de uitzendingen rond de spannende race tussen Max Verstappen en Lewis Hamilton tijdens de Formule 1 Grand Prix van Bahrein.

De veranderingen in het kijkgedrag zorgen voor twee uitdagingen voor rechtenhouders en mediapartijen: 1) hoe zorg je ervoor dat meer mensen live sport gaan kijken? 2) hoe zorg je ervoor dat je de rechten van samenvattingen beter kunt vermarkten zonder dat de kosten te hoog worden en mensen afhaken?

Wat dat laatste betreft betekent dit dat het prijsaanbod van sport in lijn moet zijn met wat kijkers gewend zijn. De prijzen van Netflix, Videoland en Spotify zetten de standaard. GenX besteedt momenteel maandelijks € 5,52 aan streaming diensten. Millennials besteden zo’n € 10,70 per maand. Het zijn lagere bedragen dan het huidige (one size fits all) aanbod van veel sportzenders: ESPN kost € 7,50 tot € 18 per maand (afhankelijk van de provider, bij sommige aanbieders is het onderdeel van het basispakket), Ziggo Sport kost zo’n € 15 per maand.

Het veranderende kijkgedrag gaat veranderingen in het financiële ecosysteem van de grote sporten veroorzaken, die draaien op de inkomsten van de verkoop van live-rechten. In dat model worden samenvattingen gebruikt om liefhebbers betrokken te houden en nieuwe kijkers te trekken en zijn die rechten veelal onderdeel van de aangekochte live-rechten. Dat zal gaan veranderen, er zijn insiders die voorspellen dat de rechten van samenvattingen meer gaan opleveren dan die van live-uitzendingen.

Als het kijken naar samenvattingen de dominante vorm van sportconsumptie wordt, betekent dit voor sponsors dat ze andere manieren moeten ontwikkelen om aandacht te krijgen. Dat kan via billboards, reclameblokken en via activatie campagnes rondom de uitzendingen. De aandacht is gegarandeerd als als je een intrinsiek, niet te vermijden onderdeel bent van de uitzending. Een manier om dat te bewerkstelligen, is (meer) commerciele onderbrekingen tijdens de uitzending, zoals dat al op YouTube het geval is. Ook zullen er verschillende abonnementsvormen komen, van fremium (met reclame) tot en met premium (geen reclame plus extra’s).

Meer kijkers naar samenvattingen, minder kijkers naar live: wat het ook gaat worden, het zorgt voor een verdere versplintering van kijkersgroepen. Er zal meer gepersonaliseerd gaan worden. Als rechtenhouder of mediaplatform moet je weten wat persoonlijke voorkeuren zijn: je moet weten hoe sportliefhebbers hun favoriete sport op welk moment via welk platform willen consumeren. Het is de reden dat veel sportorganisaties als oplossing naar de grote tech bedrijven kijken, omdat die als geen ander op maat kunnen leveren met een volledig geïntegreerd commercieel aanbod.

De behoefte van sportliefhebbers zal ook van invloed zijn op sport zelf. Bijvoorbeeld door spelregels te veranderen: meer wisselen, kortere helften, meer druk op de prestaties gedurende de wedstrijd zodat het vanaf het begin spannend is en blijft. Er zullen ook nieuwe sporten ontstaan die op maat worden gemaakt voor de sportconsument van de toekomst.

De podcast van de uitzending van BNR Zakendoen # sporteconomie van 7 april 2021 met Thomas van Zijl en Marcel Beerthuizen kun je beluisteren via deze link.

Over Amazon

Amazon, e-commerce platform en cloud storage provider, stort zich ook vol overgave op de sportwereld. In verschillende landen heeft Amazon uitzendrechten van sport gekocht voor hun streaming video services Amazon Prime en Twitch.

Sinds 2017 brengt Amazon Prime Video Thursday Night Football wedstrijden van de NFL en met succes. Het kijken van de wedstrijden is gekoppeld aan het verrijken van profielen en e-commerce aanbiedingen. Kijkers naar TNF kopen ook op het platform en ruim 50% van die kopers had langer dan 12 maanden niets gekocht bij Amazon. Een interessante manier om het merk weer relevant te maken en sales aan te jagen. Amazon Prime abonnees krijgen privileges, zoals gratis thuisbezorging van de producten die zijn besteld.

Onderdeel van de afspraken met de NHL was het verkrijgen van de exclusieve rechten op één wedstrijd, die tussen de San Francisco 49-ers en de Cardinals uit Arizona. De NHL heeft de verplichting om de wedstrijden in de lokale markten van teams toegankelijk te maken via broadcasting, maar in de rest van het land was de wedstrijd uitsluitend op Amazon Prime te zien. Amazon praat met NHL over een verlenging van het rechtenpakket voor drie jaar voor een bedrag van tenminste $ 200 miljoen.

In India is cricket de manier om meer klanten te werven; Amazon heeft de rechten van de populaire Indian Premier League cricket. Een duidelijke strategie: het kopen van sportrechten als instrument om een merk te bouwen en te laden gekoppeld aan conversie van abonnee’s en klanten. De aangekochte content wordt ook verrijkt met eigen producties waarmee documentaires worden gemaakt die weer op Prime te zien zijn, zoals de ‘All or Nothing’ series.

In Europa wordt Amazon steeds actiever. Naast eerdere acquisities van Premier League wedstrijden in Engeland en Champions League wedstrijden in Duitsland (waaronder ook audiorechten), heeft men nu het oog op de Italiaanse Serie A laten vallen. Een voetbalcompetitie die volop in de belangstelling staat onder meer door de aanwezigheid van Cristiano Ronaldo. Amazon is in een strijd verwikkeld met Comcast. De Serie A verwacht tenminste € 1,13 miljard uit de verkoop van de verschillende rechten pakketten te halen. Men is vol vertrouwen en dat geldt ook voor investeerder CVC Capital Partners dat onlangs een 10% belang in die rechten verwierf voor een bedrag van € 1,7 miljard.

Het ligt in de lijn van de verwachtingen dat Amazon’s succesformule van live sport en e-commerce wordt gekopieerd in andere markten in Europa. In Nederland is Amazon vorig jaar van start gegaan en bouwt men gestaag aan het merk, bijvoorbeeld met tv-reclame die ook op sportzenders is te zien. Het is niet ondenkbaar dat Amazon rechten wil verwerven van de Eredivisie, waarvan het contract met Disney (ESPN) medio 2025 afloopt.

Heeft het bedrijf van de rijkste man op aarde, Jeff Bezos, nog wel concurrenten? Die komen met name uit de FAANG-hoek, waarbij het acroniem in dit geval staat voor Facebook, Apple, Alibaba, Netflix en Google/You Tube.

Amazon investeert niet alleen in sportrechten, maar ook in een stadion. In ‘hometown’ Seattle heeft het bedrijf de naamgevingsrechten van de voormalige Key Arena gekocht voor een bedrag van circa $ 350 miljoen voor een periode van 10 jaar. Dit gebouw wordt de thuishaven van het nieuwe NHL-team Seattle Kraken en van Seattle Storm, een WNBA basketball team. Opvallend is dat het woord Amazon niet in de nieuwe naam voorkomt, het stadion is Climate Pledge Arena gedoopt. Bezos wil graag dat fans worden doordrongen van de klimaatcrisis. Op de website van het stadion is de naam en het logo van de sponsor nauwelijks te vinden.

De Climate Pledge Arena wordt volledig klimaatneutraal, met veel aandacht voor efficient energiegebruik, zo weinig mogelijk afval en gebruik van regenwater voor o.a. de ijsvloer. Mensen die een kaartje kopen, kunnen gratis met het openbaar vervoer reizen via een nieuwe metrolijn. Het initiatief sluit aan op het doel van het bedrijf om in 2040 ‘net carbon neutral’ te zijn.

De sponsoring van nieuwe stadions is lokaal gedreven; er is nog geen intentie om ook andere stadions te adopteren. Deze zomer wordt de Climate Pledge Arena geopend, in het seizoen 2021/2022 spelen de ijshockeyers van de Kraken hun eerste thuiswedstrijd.

De podcast van BNR Zakendoen #sporteconomie met Thomas van Zijl en Marcel Beerthuizen over Amazon is te beluisteren via deze link.

Over verjonging

Deze maand maakte het IOC het sportprogramma voor de Olympische Spelen van Parijs 2024 bekend. Met een opvallende toevoeging, namelijk ‘breaking’ (breakdancing). Ook de Olympische noviteiten skateboarding en klimmen die in Tokio voor het eerst op het programma staan, keren terug in de Franse hoofdstad. Ook surfen is voor de tweede keer opgenomen; dat vindt echter 15.000 kilometer van Parijs plaats, in de wateren rond Tahiti.

Breaking is de enige nieuwe sport in Parijs. Tientallen andere verzoeken werden afgewezen, waaronder parkour, oceaan roeien en squash dat al jaren lobbyt voor een Olympische status en zelfs Roger Federer had ingezet. Tevergeefs. Karate en honkbal/softbal verdwijnen ook van het programma, populaire sporten in Azië die op voorspraak van het Japanse organisatiecomité waren toegevoegd aan Tokio 2020.

Waarom dan wel breaking? Het IOC heeft verschillende beweegredenen. Allereerst wil men een jonger publiek trekken. De gemiddelde leeftijd van de kijker naar de Spelen is gestegen naar 53 jaar. In de commercieel belangrijke doelgroep 18-49 jaar nam het kijkersaandeel met 25% af. Het IOC wil ook dat de Spelen genderneutraal worden (met 50% mannelijke en 50% vrouwelijke deelnemers), een grotere aantrekkingskracht op jongeren uitoefenen en een meer stedelijke (urban) uitstraling krijgen. Ook wil men de kosten voor het organiseren van de Spelen verlagen: dat betekent minder deelnemers, minder medaille evenementen in bepaalde sporten en de toevoeging van evenementen die zonder al te grote investeringen kunnen worden georganiseerd. Het Place de la Concorde in hartje Parijs wordt de locatie voor de wedstrijden in breaking, klimmen en 3×3 basketbal.

De wil tot verjonging wordt ook aangejaagd door belangrijke partners. Zoals het Amerikaanse NBC, dat $ 7,75 miljard betaalde voor de uitzendrechten van de Spelen voor de periode 2021 – 2032. NBC sloot al licentiecontracten met Snapchat, Buzzfeed en Twitter om het bereik onder jongeren te vergroten. Ook de grote sponsors van het IOC juichen de ontwikkeling toe, evenals de gaststeden die meer invloed hebben gekregen op het programma en graag alle groepen in de samenleving willen betrekken.

Werkt die strategie? Een geslaagd voorbeeld is beachvolleybal dat sinds 1996 onderdeel is van de Olympische Spelen. Het beachvolleybal-format met snelheid, spektakel, muziek en dans heeft allerlei sporten positief beïnvloedt en dat geldt ook voor het eigen indoor-volleybal.

Met de Japanse Spelen (hopelijk) in aantocht, zal er steeds meer aandacht komen voor skateboarding. Nederland heeft onder meer in Keet Oldenbeuving een aansprekend talent. SkateKeet wordt al enige tijd gevolgd voor een documentaire die moet eindigen met een slotakkoord in Tokio. Of het tot meer skaters zal leiden is de vraag; meestal leiden sportsuccessen niet tot extra sportdeelname weten we uit onderzoek van onder meer Maarten van Bottenburg. Tot meer aandacht en volgers in de media zal het ongetwijfeld wel leiden.

Ik vind het een goede ontwikkeling dat het IOC mee surft op de golven van maatschappelijke ontwikkelingen en niet vastgeroest zit in traditionele governance modellen die veel sportorganisaties kenmerkt en die verandering in de weg staat. De strategie van het IOC is voor een groot deel commercieel ingegeven, maar het is hoopvol dat men durft te veranderen. De toekomst van de Spelen staan op het spel, aangezien men steeds afhankelijker wordt van de financiering door private organisaties. Een niet onbelangrijke bijvangst is dat de Olympische droom om alle mensen te verbinden door de verjonging een nieuwe impuls krijgt.

In BNR Zakendoen #sporteconomie van 23 december 2020 ging het over verjonging. De podcast van de uitzending kun je terugluisteren via deze link.

Over Generatie Z en de consumptie van sport

Generatie Z wordt gevormd door mensen geboren tussen 1995 en 2010. Het zijn digital natives, mensen die eerder konden swipen dan spreken. Ze zijn opgegroeid met de mobiele telefoon die een belangrijke rol speelt in hun leven, als oog op de wereld en als instrument om te verbinden en te delen.

Er wordt veel over deze generatie geschreven. Trendwatcher René Boender en psycholoog Jos Ahlers interviewden de afgelopen tien jaar meer dan 15.000 Zoomers (zoals ze ook wel worden genoemd) en schreven daar drie boeken over.

In BNR Zakendoen ging het op 5 februari over Gen Z en hun consumptie van sport. Sport is belangrijk in het leven van de Gen Z-ers en wordt vooral op mobiele apparaten gevolgd en gekeken met focus op doelpunten/scores en andere bijzondere momenten.

In de Verenigde Staten zijn er sportkanalen die zich volledig op Generatie Z richten, zoals Overtime en Whistle. Overtime richt zich vooral op de de sterren van morgen in het basketbal en American football en op jonge atleten met exceptionele talenten. Beelden worden met de mobiele telefoon gemaakt door freelancers uit dezelfde leeftijdsgroep (peers), die de content versnijden in ruwe en authentieke beelden. Het gaat om wedstrijden, maar vooral om het dagelijks leven van de atleten waarvan sommigen meer social media volgers hebben dan gearriveerde sportsterren. Overtime heeft meer dan 1 miljard viewers per maand die meer dan 250 miljoen minuten kijken. De investeerders staan in de rij voor dit soort ventures, maar het generen van commerciële inkomsten is nog niet eenvoudig en moet komen uit onder meer advertising, sponsoring, de verkoop van merchandise en het organiseren van eigen evenementen.

Generatie Z sport zelf ook, om fit te blijven maar ook vanwege de sociale component om actief te zijn met leeftijdsgenoten. Traditionele lidmaatschappen zijn minder interessant voor deze groep. Sporten wordt gedaan als er zin en tijd is en nieuwe marketingconcepten als ClassPas, One.Fit en Champ spelen in op die behoefte. Ook het spelen van games blijft maar groeien, de share of wallet van mobiele games wordt jaar op jaar groter.

Ook in Nederland zijn er goede voorbeelden van concepten die zich richten op Generatie Z. KNVB heeft Kicks ontwikkeld, een combinatie van Cross-Fit en voetbal. Only Football van Soufiane Touzani heeft honderduizenden Z-ers als volger en speelt met verschillende formats in op de behoefte van de doelgroep en adverteerders. Een ander goed voorbeeld is de Tour de Tietema, die met een serie van bijzondere challenges in staat bleek jonge mensen te interesseren in de Tour de France. Voetbalclubs als Ajax en AZ hebben jonge marketeers in dienst die zich volledig richten op het betrekken van Generatie Z.

Wat zijn belangrijke inzichten voor sportorganisaties en mediabedrijven die zich op Generatie Z willen richten? Zorg voor zichtbaarheid op mobiele apparaten, met . YouTube als een van de belangrijkste kanalen. Breng verhalen uit het leven van sporters en coaches, idealiter gepresenteerd door leeftijdsgenoten. Zorg er voor dat de content rauw en niet te gestileerd is, dat verhoogt de authenticiteit. Verspreid highlight videos om de betrokkenheid bij de doelgroep te vergroten. Zorg ervoor dat je sport altijd ‘aanstaat’ (always on) op de social media kanalen die Gen Z-ers volgen.

Ook in deze aflevering van BNR ‘Over sport en economie’ kwamen de vragen van Thomas van Zijl. De uitzending is hier terug te kijken en hier terug te luisteren. Alle uitzendingen van deze serie zijn te vinden op deze website, de website van BNR en ook te beluisteren via je favoriete podcast app.

Over de export van Ons Voetbal

In de Johan Cruijff ArenA werd op 3 april 2019 het onderzoek ‘Trends in Export’ gepresenteerd. De uitzending van BNR Zakendoen kwam deze dag vanuit het stadion . Een goede aanleiding om in het sporteconomie item aandacht te besteden aan de export van ons voetbal.

Wat zijn de manieren waarop de Eredivisie en de clubs hun producten kunnen exporteren? Waarom is de Eredivisie een aantrekkelijk product? Wat levert dat op? Wat doen clubs zelf om hun inkomsten te vergroten? Thomas van Zijl stelde de vragen aan Marcel Beerthuizen van bigplans

De uitzending kun je hier terugkijken. Er is ook een podcast versie, die vind je hier.

‘We can be heroes’

Dames en heren,

Ik wil het bestuur van de Nederlandse Sport Pers hartelijk danken voor de uitnodiging om vanavond te komen spreken. Daarnaast wil ik alle prijswinnaars van harte feliciteren.

Na het nieuws van vanochtend (het overlijden van David Bowie – MB) heeft mijn column als titel gekregen: ‘We can be heroes.’

NSP heeft voor de eerste keer in zijn bestaan gekozen voor een samenzijn tussen sportjournalisten en sportmarketeers. Kan dat eigenlijk wel samen? Is er wel een fit, zoals we dat in marketingtermen noemen?

Voor het grote publiek wel. Die vindt ons allebei namelijk helemaal niets. Kijk maar eens op Twitter. Als je iets zeker wilt weten als marketeer, dan ga je onderzoek doen. Wat vindt men van ons? Dat is niet mis.

Als je vraagt naar sportmarketeers krijg je als antwoord: gladde jongens, strakke pakken, ze zijn uit op geld ten koste van de sport.

Als je vraagt naar sportjournalisten krijg je ook clichés als antwoord: onverzorgd, drinkers (maar dat valt best mee heb ik vanavond geconstateerd), alleen maar op zoek naar negatieve verhalen.

Er is ook een overeenstemming tussen de twee beroepsgroepen, zo bleek uit mijn onderzoek. Op de open vraag: ‘Wat is uw mening over sportjournalisten?’ en ‘Wat is uw mening over sportmarketeers?’ kwam op beide vragen hetzelfde antwoord: ze doen het voor zichzelf, ze houden niet van sport. De consumenten, de mensen die ons betalen, twijfelen aan onze oprechtheid.

Het is een beeld dat wij blijkbaar zelf hebben gecreëerd. Klopt dat wel?

Ik werk meer dan 25 jaar in de wereld van sport, commercie en media en ik heb in die tijd heel veel sportjournalisten en sportmarketeers leren kennen. Aan één ding twijfel ik geen moment: de liefde voor sport bij al die mensen.

Beter gezegd: die liefde is zo groot, dat het eerder een handicap is dan een voordeel. Zoals de bekende schrijver en sportjournalist David Walsh zei: sportjournalisten, dat zijn fans met een notitieblok. Ik voeg daar aan toe: sportmarketeers, dat zijn fans met een marketingboek. En sommigen hebben dat boek niet eens gelezen.

Sport zit zo in het hart bij een aantal van mijn beroepsgenoten, dat ze liever tweeten en praten over de opstelling of over sportprestaties, dan over merken, dan over hun eigenlijke werkterrein. De passie voor sport zit sportmarketeers in de weg.

Is dat bij sportjournalisten ook zo? Daar ligt het eenvoudiger. Journalisten kunnen vrijuit praten en schrijven over opstellingen, atleten, scheidsrechters en alle andere randverschijnselen. Dat is hun werk. Maar ik zie een gevaarlijke ontwikkeling. Omdat ik vind dat de laatste spreker ook iets mee moet meegeven aan het gezelschap dat hij toespreekt, wil ik de dames en heren journalisten graag iets op het hart drukken.

Ik heb jarenlang gewerkt voor TBWA\, een wereldwijd netwerk van reclamebureaus. Eén van mij collega’s was Marian Salzman die in Amsterdam werkte voor het Department of the Future dat zich bezig hield met maatschappelijke trends. Marian is uitgegroeid tot een wereldvermaarde trendwatcher. Eén van de trends die ze in het begin van deze eeuw benoemde, verwoordde ze als volgt: ‘Chefs are the new stars’.

Koks, chef koks, worden de nieuwe sterren zei Salzman. Dat was nog ver voor alle kookprogramma’s op televisie. Marian heeft helemaal gelijk gekregen. Chefs zijn uitgegroeid tot wereldberoemde celebrities.

In lijn met Salzman signaleer ik vandaag een nieuwe trend: Sportjournalisten zijn de nieuwe sterren.

Het is, zoals met alle trends, iets dat langzaam evolueert. Je ziet het gebeuren. Eerst had je VI aan Tafel, maar nu heb je Kees aan Tafel met alleen maar journalisten. Het Sportforum van Langs de Lijn heeft alleen nog maar journalisten. Sportjournalisten, je komt ze aan alle tafels tegen: bij Matthijs, bij Jeroen, bij Humberto.

Je kunt voorspellen wat er gaat gebeuren. Koks werden sterren en kregen hun eigen tv-shows, boeken, tijdschriften, podcasts, YouTube-kanalen, reclame contracten en pop-up restaurants.

Sportjournalisten, de nieuwe sterren in de sport, staat hetzelfde te wachten. De signalen zijn duidelijk waarneembaar: sportjournalisten die volgens mijn onderzoek als onverzorgd te boek staan, zie je op tv in hippe kleding met hun haar volgens de laatste haarmode. Willem Vissers die opeens jasjes draagt. Sjoerd Mossou met opscheer. Arno Vermeulen, ja Arno Vermeulen, heeft een eigen kledinglijn, die hij vol trots toonde in Studio Voetbal.

Wat filmrecensenten zijn voor de filmindustrie zijn sportjournalisten voor de sportwereld. Jullie moeten beschouwen, beoordelen en vooral duiden.

Als je goed wilt duiden, heb je afstand nodig tot het onderwerp dat je beschouwt. Dan moet je geen fan zijn. En dan moet je zeker niet onderdeel worden van het entertainment circus dat de sport is. Waar iedereen het liefst iedere week een afwijkende mening hoort. Omdat dat leuk is of omdat het shockeert.

Want je moet roepen als je op tv bent, anders wordt je niet uitgenodigd. Je moet roepen en bij voorkeur iets dat afwijkt, want dan kunnen andere praatprogramma’s daar weer op inhaken. Je moet roepen omdat je anders wel eens uit de gratie zou kunnen raken. Johan Derksen heeft een imperium gebouwd op deze strategie.

Beste sportjournalisten, beste nieuwe sterren van Nederland, trap niet in die valkuil. Denk aan die koks die ten onder zijn gegaan aan hun eigen roem en fantasieën. Die dachten dat ze alles konden maken. Trap er niet in. Houd distantie tot het onderwerp waar je elke dag verslag van doet. Blijf scherp en kritisch, laat je niet verleiden door het klatergoud. Blijf jezelf. Wees enthousiast als het kan en kritisch als het moet.

Tot zover mijn stichtelijke woorden. Naast een welgemeende waarschuwing heb ik ook nog een oproep. Een oproep in het belang van de sport.

De sportwereld staat onder druk als het gaat om het binnenhalen van sponsorgelden. De concurrentie is enorm. Iedere sector, iedereen met een goed idee is op jacht naar het geld van bedrijven.

De sportwereld is niet goed in het stellen van grenzen. De afhankelijkheid van geld is zo groot, dat men bereid is om alles te doen om een bedrijf binnen te halen. Bedrijven maken daar gebruik van. Ze zijn op zoek naar maximale aandacht voor een zo laag mogelijke prijs. Zeker de sport, waar veel exposure is te halen, heeft daar mee te maken.

Die exposure wordt geleverd door de mensen van de media, door sportjournalisten zoals hier vandaag aanwezig. En anders dan 10 jaar geleden, toen de Rabo Wielerploeg door alle media consequent de Ploeg Raas werd genoemd, is er veel verbeterd. Sponsors worden genoemd, is er meer realiteitszin op dat terrein, er wordt meer samengewerkt tussen journalisten en marketeers. Sport, zeker topsport, kan niet zonder sponsors. En voor sponsors, zeker voor sportsponsors, is de aandacht van de media een belangrijke overweging om te investeren.

Er zijn bedrijven die misbruik maken van de sport. Die slechts een paar wedstrijden op een shirt staan. Die een contract voor een half jaar tekenen en daarna zullen kijken of ze misschien verder gaan. Die bedrijven investeren niet of nauwelijks in de sport. Ze investeren ook niet in eigen campagnes in jullie kranten, op jullie websites of in jullie tv-programma’s. Het enige dat ze willen is gratis publiciteit.

Ik noem graag een paar namen. Partijen als Belkin, die slim mee liftte op het vele geld dat de Rabobank in de wielerploeg bleef stoppen. Ze zaten letterlijk voor een dubbeltje op de eerste rang.

Justlease, de nieuwe sponsor van de ploeg van Ireen Wust is ook afwachtend. Ik citeer het persbericht: “Justlease.nl is voorlopig tot het einde van dit seizoen ingestapt, maar een vervolg ligt voor de hand. “We moeten kijken hoe dit uitpakt, maar het is duidelijk dat het niet onze intentie is om er na dit seizoen alweer uit te stappen”, aldus directeur Rogier van Ewijk.” Enige zekerheid is er niet.

Nog zo’n schaatssponsor is koopjesdrogisterij.nl. Ik wil de naam eigenlijk niet noemen. Het bedrijf heeft met iSkate een contract voor een jaar getekend, met de intentie door te gaan tot en met de Winterspelen van 2018.

De sport kan zich moeilijk verdedigen tegen de harde eisen van het bedrijfsleven. Jullie sportjournalisten, die de macht van het woord en het beeld hebben, kunnen dat wel. Daarom doe ik een oproep.

Laten we afspreken dat bedrijven die slechts voor een jaar (of korter) sponsor worden zo min mogelijk worden genoemd en worden afgebeeld in de media. Pas als bedrijven een contract tekenen van twee jaar of langer of additioneel investeren in de sport, verdienen ze het om gratis aandacht en publiciteit te krijgen.

Is het een vreemde oproep? De partijen die deze sponsors hebben binnengehaald, zijn ongetwijfeld blij met het geld. Heeft mijn oproep het gevaar in zich dat daardoor nog minder bedrijven in sponsoring stappen? Het zou kunnen, maar ik denk het niet.

Als algemeen bekend wordt dat een sponsor pas aandacht krijgt als hij een sponsorcontract voor minimaal twee jaar afsluit, zal dat een rol gaan spelen in het besluitvormingsproces. Zo beschermen we de sport tegen partijen die het alleen voor zichzelf doen en niets met sport hebben. Bovendien bewijzen we die bedrijven een dienst. Sponsoring rendeert namelijk pas als je het voor een langere termijn doet, dat weet iedere deskundige.

Wij samen hier, sportjournalisten en sportmarketeers, kunnen door het sluiten van het Pact van de Waalhaven ervoor zorgen dat sport en sponsors optimaal van elkaar profiteren. Laten we dat doen. Uit liefde voor de sport.

Dank voor uw aandacht.

Column uitgesproken bij het Nederlandse Sport Pers Nieuwjaarsdiner op maandag 11 januari 2016 in Café Restaurant Waalhaven in Rotterdam.

Andere tijden sport

In de afgelopen twaalf jaar zijn de SponsorRingen uitgegroeid tot een instituut. Het winnen van de prijs is belangrijk geworden voor sponsors en gesponsorden. Niet alleen om aan de buitenwereld te tonen dat sponsoring een professioneel en effectief marketingcommunicatie instrument is. De boodschap naar de interne organisatie is minstens zo belangrijk. Unillever’s Harry Dekker sprong in 2003 juichend op met het winnen van de Ringen voor Life & Cooking en de Robijn Fashion Award. “Dit hebben we zo nodig”, zei Harry toen, en daarmee doelde hij met name op het versterken van het interne draagvlak voor sponsoring.

De formulieren en boekwerken van de genomineerde cases worden steeds zorgvuldiger ingevuld. Iedereen zorgt ervoor dat alle hokjes zijn afgevinkt. Het sponsorship wordt gepresenteerd als volledig geïntegreerd onderdeel van de marketingcommunicatiemix van het betreffende merk, uiteraard is er gedacht aan pr en social media en (inmiddels!) vanzelfsprekend is er onderzocht wat de output en zo mogelijk ook impact van het sponsorship is geweest. Niets op aan te merken en als deze ontwikkeling – mede – een gevolg is van de SponsorRingen dan is er geen groter compliment denkbaar voor de prijs en al diegenen die zich daar voor hebben ingezet.

Het belang van de prijs heeft wel voor een zekere vervlakking gezorgd. Zeker in de categorie sport (circa 60% van de totale bestedingen in sponsoring gaan naar sport) zijn de winnende cases vooral degelijk. Sport is geen voorloper meer als het gaat om vernieuwende concepten, spraakmakende activiteiten of echte innovatie. Met Red Bull als enige uitzondering, maar dat merk won nog nooit een prijs in deze categorie. Innovatie en creativiteit komen tegenwoordig vooral uit de werelden van de media en de cultuur.

Daar waar sportsponsoring jarenlang een voorloper was van spraakmakende concepten en vernieuwende business modellen zijn er andere tijden aangebroken. Media en cultuur als inspiratie voor de rest. Een mooie ontwikkeling? Of een gevolg van creatieve stilstand in sportsponsoring?

Column verschenen in SponsorTribune, november 2011.